Alleen op de Wereld

De sterren dansten voor mijn ogen toen mijn hoofd op het schoolplein door de klap van een bal tegen de muur achter mij aan knalde. Ik werd door een paar kinderen naar huis gebracht. De dokter constateerde een zware hersenschudding, waarvoor ik 6 weken in een donkere kamer moest liggen. Het grote bed van mijn moeder en stiefvader werd beschikbaar gesteld, omdat de tweede verdieping makkelijker bereikbaar was, dan mijn kamer op de derde verdieping.

Na weken van koortsdromen, mocht ik weer rechtop gaat zitten in bed en kon ik langzaamaan weer gaan lezen. Eerst de Donald Duck en de Tina, want de letters dansten nog voor mijn ogen. Maar al snel kon ik beginnen aan ‘Alleen op de Wereld’ wat ik had gekregen omdat ik ziek was.

Het was een mooie zonnige dag aan het begin van de lente, waar ik voor het eerst weer van kon genieten, omdat de gordijnen na lange tijd weer helemaal open mochten. Mijn ogen knipperden nog onwennig tegen het licht dat de kamer binnenviel. Mijn moeder bracht thee aan en kondigde bezoek aan. ‘Ze mag niet te lang praten,’ waarschuwde ze het kind dat met een ernstige blik in haar grote grijsblauwe ogen mijn slaapkamer inkeek, ‘ze is nog te zwak en moet nog veel slapen.’

Ze knikte dat ze er rekening mee zou houden en glimlachte verlegen toen ze mij zag. Het vollemaansgezicht met de sproeten leek sprekend op dat van de pestkop die ik op straat ontmoet had, maar de jongen had nu een lange paarse jurk aan. Ik wist van verbazing niet wat te zeggen. Roman had dus helemaal niet getongzoend met een jongen? Het was het meisje uit het raam van de straat bij het park dat ik nu voor het eerst van dichtbij zag. Waarom had ik niet meteen gezien dat ze op elkaar leken? Daarom zwaaide ze naar mij alsof ze mij al kende!

‘Ik ben Marjolein,’ stelde ze zich voor. En jij bent Lucienne toch? Ik hoorde dat je ziek was en dacht; ‘kom ik ga eens op bezoek.” Ze naam plaats op de rand van mijn bed. ‘Dus jij leest ‘Alleen op de Wereld?” doorbrak ze de stilte en pakte het boek op dat open op het bed lag en liet het liefkozend door haar handen gaan. ‘Moest jij ook zo huilen om RĂ©mi?’ ‘Ja, heel erg,’ antwoordde ik meteen enthousiast. Ik had gedacht dat ik alleen met RĂ©mi alleen op de wereld was geweest, maar blijkbaar waren er nog meer kinderen die huilden om een boek en die zich daar niet voor schaamden?

‘Ken je Joop ter Heul?’ vroeg ze terwijl ze ‘Alleen op de Wereld’ weer terug legde op zijn plaats. Ik schudde ontkennend en luisterde met spanning naar haar verhalen over de Jopopinolaukicoclub, wat een samenstelling was van de eerste twee letters van de namen van Joops vriendinnenclub. ‘Waarom heet zij eigenlijk ‘Joop’ als het toch een meisje is?’ vroeg ik.  Ze wordt zo genoemd door haar vriendinnen omdat het een stoer en jongensachtig meisje is, maar eigenlijk heet ze Josephine.’

‘Zullen wij ook zo’n club beginnen?’ besloot ze. Dat wat het mooiste compliment dat iemand mij ooit had kunnen geven. Natuurlijk wilde ik ook zo’n club beginnen, met haar! ‘Laten we ons dan Lucilein en Marjocienne noemen, stelde ze voor.

Wie zij ook was, de pestkop van straat of het meisje met de paarse jurk aan in het raam, ik wist dat ik van nu af niet meer alleen zou zijn op de wereld.

De Marjociennelucileinclub was geboren.