Liefdesbrief van Chocolade

Een dag voor Sinterklaas, kwam Roman met grote brokken witte chocolade aanzetten die hij zelf gemaakt had. Hij zat namelijk op de bakkersschool. De leukste school die er bestond, vond Lorraine.

‘Mogen jullie daar echt elke dag taarten bakken en slagroom spuiten?’

‘Ja en borstplaat maken, – en marsepein, – en chocolade!’

‘Mam, ik wil ook naar de bakkersschool!’

‘Nee lieverd, dat zal niet gaan!’

Moeder was wel ontroerd door de onhandig gefabriceerde brokken witte chocolade die Roman zo plechtig kwam overhandigen voor haar dochters verjaardag, maar dat Lorraine naar de bakkersschool zou mogen was uitgesloten.

‘Jij gaat naar het Atheneum!’

Lorraine wilde heel graag iets leren, maar haar hoofd was nu eenmaal een gatenkaas: geen enkele som of grammaticaregel bleef erin hangen. Als de meester op school de steden aanwees op de kaart van Nederland duizelde het haar al, laat staan als hij de rest van de wereld erbij betrok. Als ze een zin las was het alsof de letters omgekeerd stonden. Ze las er altijd iets anders in dan er stond.

Sinds ze in de stad woonde struinde ze steeds vaker door de bibliotheek van haar stiefvader. Er stonden wandenvol Russische boeken. Naast Tolstoi en Toergeniev ontdekte ze er de surrealistische verhalen van Belcampo, de kleurige wereld van Jan Wolkers en de pornografische verhalen van Jan Cremer, waar ze maar de helft van begreep. Vanaf de kaft keek hij haar met zijn priemende helblauwe ogen aan en ze vroeg zich af wat al die vrouwen toch in hem zagen.

‘De koffieboon tussen de benen van een donkere prostituee waar hij onder de tafel een blik op kon werpen’ zal iets met het genot van ‘koffiegeur’ te maken hebben, vermoedde ze. Bij oma mocht ze altijd de koffiebonen malen en dat rook inderdaad heerlijk.

Bij ‘De Geverfde Vogel’ van Jerzy Kosinski haakte ze af; ‘Gatver…!’ riep ze uit terwijl ze het boek met een grote slinger door haar kamer gooide. Dat zou haar stiefvader Lex niet leuk vinden! Ze wist niet eens of ze wel mocht lezen uit zijn bibliotheek, ze had het nog nooit gevraagd aan hem.

Wanneer haar moeder Jan Cremer op haar bed zag liggen fronste ze haar wenkbrauwen, maar ze zei er niets van, ze was al blij dat Lorraine blijkbaar graag las, vooral als ze daarnaast ‘Huwelijksgeluk’ van Tolstoi zag liggen. Gelukkig was Lex zelden thuis zodat ze de geleende boeken altijd ongezien weer terug kon zetten in zijn kast.

Hoe kwam het toch dat ze buiten school turnwedstrijden won, maar op school niet kon meekomen met gym en altijd als laatste gekozen werd bij de balspelletjes? Het was alsof een onzichtbare hand haar leven op school elke dag kwam verstoren en ze zwierf steeds vaker doelloos door het gangenstelsel rond het gebouw zonder nog naar binnen te gaan.

Ze bezocht het bakkertje op de hoek om bonbons te kopen die ze als een hamster verstopte onder haar bed.

Er leek een groot gat te gapen tussen haar kamer op de derde verdieping en het souterrain beneden waar iedereen zich rond etenstijd verzamelde.

Meestal was er niemand thuis behalve de werkster wanneer ze de buitendeur openduwde die altijd op een kier stond. Als de stofzuiger aanging sloop ze naar boven, zodat de vrouw het niet merkte, want ze zou het vast aan haar ouders vertellen.

Dan lag ze met wat strips onder haar bed weg te dromen tot ze in de verte de schoolbel hoorde gaan. ‘Huiswerk maken’ was het toverwoord waarmee ze alles dacht te kunnen verklaren als ze op de gang iemand tegen zou komen van het gezin.

‘Wat doe jij hier? Moest jij niet op school zijn op dit tijdstip?’

‘Nee, we hadden wat eerder vrij, maar ik heb mijn schooltas alvast naar mijn kamer gebracht om ‘huiswerk te maken,’ zou ze dan zeggen en het gezinslid in kwestie zou vast tevreden opkijken en niet verder doorvragen. In werkelijkheid had ze nog nooit buiten schooltijd ook maar één schoolboek ingekeken. Ze las uitsluitend boeken uit de bibliotheek van haar stiefvader.

————————-

‘Jij hoort niet thuis op de bakkersschool, Lorraine!’ besloot moeder.

‘En de huishoudschool dan, mag ik daar wel naartoe?’ Koken, strijken, kleren maken! Dat leek haar geweldig. Dan kon je tenminste ‘wat’ als je van de middelbare school kwam. Bovendien hielden de meiden van de huishoudschool van dezelfde muziek als zij namelijk van ‘Soul’. Daar hoefde je bij de gymnasiasten niet mee aan te komen, dat vonden ze ‘domme’ muziek. Die hielden van Rock & Roll en intelligente luisterliedjes. Terwijl zij liever danste op muziek.

Moeder zuchtte: ‘De huishoudschool? Daar ben jij toch veel te slim voor?’

‘Maar dat blijkt toch nergens uit, mam?’

‘Nee, dat blijkt nergens uit, maar een ding is zeker en dat is dat jij gewoon je huiswerk vaker moet maken!’

Het was voor Lorraine duidelijk dat ze dom genoeg was voor de huishoudschool, maar ze kon haar moeder er niet van overtuigen. Misschien kwam er toch nog een oplossing voordat ze naar de middelbare school ging? Als ze in godsnaam maar niet naar het gymnasium van Marjolein hoefde!

De witte chocoladehompen deden haar denken aan Roman in hun onbehouwen en ruwe stijl, maar ze waren zo heerlijk zoet en zo groot dat ze er gemakkelijk een half jaar mee kon doen. De klasgenoten van Marjolein waren met taaitaaipoppen aan komen zetten, die er prachtig uitzagen, maar kurkdroog bleken te zijn van binnen en ze brak haar tanden stuk op de zilverkleurige kraalsnoepjes waarmee ze beplakt waren.

Alsof het een eetbare liefdesbrief betrof legde ze het cadeau van Roman naast haar bed neer en schraapte er telkens een stukje vanaf met haar tanden om met de smaak van zijn liefde in haar mond in slaap te vallen. Het liefst had ze de hompen in een vitrine uit willen stallen van een museum en dan met trots gezegd: ‘Kijk eens wat Roman gemaakt heeft, speciaal voor mij! Want hij zit op de bakkersschool!!’

Een week later hoorde ze op straat een mannenstem schreeuwen. Ze rende naar het raam om te zien of Lex misschien ’s middags al dronken thuis was gekomen. Aan de overkant van de straat zag ze een vreemde man staan die naar boven riep:

‘Vuile hoer, kom tevoorschijn!’

Ze zag hoe Roman het raam openschoof en riep:

’Flikker op klootzak! Laat mijn moeder met rust!’

‘Teringlijer! Bemoei je met je eigen zaken!’ gilde de man terug.

‘Bloedhond, je komt nooit meer vrij als ik nu de politie bel!’ Roman deed het raam met een klap weer dicht.

De man stak zijn vuist dreigend omhoog tegen zijn zoon als was het zijn grootste vijand. Pas toen er een politieauto de hoek om scheurde deed hij alsof hij een toevallige voorbijganger was en liep door. Maar de agenten lieten zich niet om de tuin leiden en sloegen hem in de boeien, waarna hij in de politieauto moest plaatsnemen.

—————————

Lorraine realiseerde zich dat ze Romans klakroep al dagenlang niet meer gehoord had en dat ze hem zelf ook niet meer had gezien sinds het incident. Bij het rondvragen wist haar beste vriendin Marjolein haar te vertellen dat Roman en zijn moeder midden in de nacht met een verhuisbusje vertrokken waren. Naar een onbekend adres.

‘Ach joh, hij deugde toch niet,’ zei ze er als troost achteraan.

Lorraine had haar hierom graag willen slaan, maar ze zei niets.

Want ze wist zeker dat Roman haar nog vele brieven zou schrijven, vanaf zijn geheime adres.

Van witte chocolade.

6 gedachten over “Liefdesbrief van Chocolade

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s