De jongen met het gat in zijn hart

(1970)

Achterop de fiets van Loes langs de lange Lindelaan: ‘Rick wil je zien.’ ‘Hoezo? Ik kom toch elke dag bij jullie?’ ‘Dit is anders.’ Rick is verliefd op je. Verliefd? Hoe kon dat opeens zo gebeurd zijn? Wanneer dan? Had ik het ergens aan kunnen merken? ‘Hij wil alleen met je zijn.’ ‘Dus jij gaat niet mee naar zijn kamer?’ Het verwachtingsvolle gevoel in mijn borstkas werd opeens een angstig gebons. ‘Hij wil iets doen met je.’ ‘Ik pijnigde mijn hersens af wat dat in godsnaam zou kunnen zijn?’ Terwijl het weer was om bij de Otter te gaan zwemmen en in het gras te liggen met Le Petit Prince en een waterijsje, was het in de kamer van Rick donker en benauwd. Hij had het gordijn dicht gedaan alsof het middenin de nacht was. ‘Mogen de gordijnen niet open’ ‘Nee, liever niet,’ ‘Ben jij verliefd op mij?’ vroeg ik. ‘Wie zegt dat?’ ‘Loes.’ ‘Nou verliefd, verliefd…, een beetje wel ja.’ Hij kwam opeens naar mij toe en knielde voor mij neer alsof hij mij ten huwelijk ging vragen. Ik begon nerveus te giechelen. ‘Mag ik je truitje omhoog doen?’ ‘Hij schoof zijn hand eronder en begon over mijn rug te aaien. Het voelde prettig aan maar het kietelde ook een beetje. Mijn truitje hield ik liever aan. ‘Zullen we dan even op mijn bed gaan liggen?’ ‘Ok! antwoordde ik in de overtuiging dat ik dan weer snel naar buiten kon om te gaan spelen. Hij probeerde mijn rokje omhoog te schuiven en trok aan het elastiek van mijn broekje om het uit te krijgen. ‘Niet doen!’ riep ik geschrokken en duwde zijn hand weg. ‘Alsjeblieft, alsjeblieft! Ik heb hier zo lang op gewacht. Doe nou even mee!’ Hijgde hij terwijl hij bovenop mij wilde gaan liggen. Ik worstelde mij onder hem uit en rukte mij los. ‘Ik ga naar huis hoor, doei!’ Ik stormde de trap af richting de kamer van Loes. Ze was er niet. Verder naar beneden. In de huiskamer keek zij mij dreigend aan toen ik aan haar moeder wilde vertellen wat Rick boven met mij gedaan had. Ze duwde me de kamerdeur uit, naar de gang toe. ‘Jij zegt hier niks over, nooit! Hoor je dat? Ga nu maar snel naar huis!’

‘Waarom doet Rick dit soort dingen?’ vroeg ik aan Loes de week erna. ‘Omdat hij een gat in zijn hart heeft, net als mijn moeder. Hij kan elk moment doodgaan, als hij geen ander hart krijgt.’ Ik was boos over zijn gedrag en tegelijk had ik diep medelijden. ‘Alsjeblieft, alsjeblieft!’ bleef zijn stem in mijn hoofd zich herhalen. Nadat hij mij wekenlang genegeerd had pakte hij mij in de keuken opeens vast en drukte mij tegen zich aan. Ik moest bijna huilen van de verstikkende spanning tussen ons en kreeg een wee gevoel in mijn maag. Angelique, een meisje dat vaak bij Loes kwam, maar wat ouder was dan wij, kwam de keukendeur binnen en verstoorde onze prille romance. ‘Rick en ik zijn zo lekker tekeer gegaan gisteren, ik ben helemaal blauw van onderen,’ zei zij tegen mij.  Ik schaamde mij diep dat zij zoiets hardop durfde te zeggen. Er verscheen een schaapachtige glimlach om de mond van Rick. ‘Het is niet anders,’ zei hij tegen mij. Vandaag werd de eerste steen gelegd voor de muur die ik zou gaan bouwen om hem buiten de deur te houden. Hij mocht er nooit meer in, al zou hij dood voor mijn ogen neer vallen.

Op de verjaardagen van Loes was ik niet meer welkom. ‘Je bent te jong, zeiden de klasgenoten van Loes die wel mochten komen. Er komen alleen kinderen van boven de 12. Had je maar geen verkering met Rick moeten nemen, daar ben jij toch veel te jong voor?’ Ik schreef lange en dramatische afscheidsbrieven aan Rick waarin ik vertelde dat ik binnenkort dood zou gaan, in plaats van te verhuizen naar Amsterdam. Maar verstuurde ze niet. Ik wist zeker dat er op de plaats waar ik eens had gezeten voor altijd een gat in zijn hart zou zijn.