Het meisje in de lila jurk

Op de stoep werd ik klemgereden door een jongen met een vollemaansgezicht dat was overgoten met zonnige sproeten. ‘Tot hier en niet verder, Pipi Langkous,’ zei hij en keek mij met grote grijsblauwe ogen dwingend aan. ‘Ga weg!’ zei ik, maar hij week geen millimeter af van zijn standpunt. ‘Jij blijft van Roman af, hij is van mij.’ Ik keek hem in verbijstering aan. Wat bedoelde hij daar nu precies mee? ‘Ja, prima, ik was ook niet van plan om aan hem te komen.’ ‘Wij hebben getongzoend.’ zei hij. ‘Nou dat verklaart dan zeker alles hé?’ ‘Ja,’ zei hij en knipoogde erbij. Waar ik wel weer om moest lachen. Toen liet hij mij los. ‘Ga maar snel naar huis jankerd! En laat ik je hier niet meer tegen komen.’ Hoe ik dat voor elkaar moest krijgen in mijn eigen straat wist ik niet, maar dat zou ik dan wel weer zien. Ik trok op mijn lange stelten, waardoor ik zeker een kop boven mijn belager uitstak, een sprintje naar huis.

Weer een figuur dat ik moest zien te vermijden in het vervolg. De stadsstraten zaten er vol mee, blijkbaar.

‘Ik heb een heel nare jongen ontmoet, mam.’ ‘Hoe heet hij?’ Geen idee. ‘Misschien kan je broer het achterhalen?’ ‘Vast wel.’

Enkele dagen later zag ik in de straat aan het park een engelachtig mooi meisje met een lange lila jurk aan vanachter het kamerbrede raam van een bovenverdieping naar mij zwaaien alsof ze mij kende. ‘Ik zwaaide verbaast terug.’ ‘Hoi, riep ze door de kier van het raam dat ze een beetje openduwde, ‘kom je voor mij?’  Ik schudde van nee. ‘Een volgende keer dan?’ Enigszins verlegen met de situatie maar wel aangenaam verrast, antwoorde ik: ‘Is goed, de volgende keer kom ik voor jou!’

‘Mam, ik heb een heel leuk meisje ontmoet vandaag.’ ‘Hoe heet ze?’ ‘Weet ik niet.’ ‘Ik ben benieuwd, zei ze opgetogen, het zou fijn zijn als je wat vriendinnetjes zou krijgen hier.’

Of dit meisje een vriendinnetje zou worden wist ik niet, maar ik hoopte het vurig.