Lege handen

Blog van Lucienne Kohler

  • Facebook
  • Twitter
  • Instagram
  • Inhoudsopgave:
  • Hoofdstuk I Het Dorp
    • Vlinderslag
    • Prikkeldraaddood
    • Onze Vader
    • De jongen met het gat in zijn hart
  • Hoofdstuk II De stad
    • Rattenvanger
    • Het meisje in de lila jurk
    • Alleen op de Wereld
    • Op wereldreis
  • De Stad Deel II
  • Doe-het-zelversPoëzie
    • Godenzonen
    • Deja vu
    • Knock-out
    • Etiquette
  • De jongen met het gat in zijn hart

    juni 30th, 2018

    (1970)

    Achterop de fiets van Loes langs de lange Lindelaan: ‘Rick wil je zien.’ ‘Hoezo? Ik kom toch elke dag bij jullie?’ ‘Dit is anders.’ Rick is verliefd op je. Verliefd? Hoe kon dat opeens zo gebeurd zijn? Wanneer dan? Had ik het ergens aan kunnen merken? ‘Hij wil alleen met je zijn.’ ‘Dus jij gaat niet mee naar zijn kamer?’ Het verwachtingsvolle gevoel in mijn borstkas werd opeens een angstig gebons. ‘Hij wil iets doen met je.’ ‘Ik pijnigde mijn hersens af wat dat in godsnaam zou kunnen zijn?’ Terwijl het weer was om bij de Otter te gaan zwemmen en in het gras te liggen met Le Petit Prince en een waterijsje, was het in de kamer van Rick donker en benauwd. Hij had het gordijn dicht gedaan alsof het middenin de nacht was. ‘Mogen de gordijnen niet open’ ‘Nee, liever niet,’ ‘Ben jij verliefd op mij?’ vroeg ik. ‘Wie zegt dat?’ ‘Loes.’ ‘Nou verliefd, verliefd…, een beetje wel ja.’ Hij kwam opeens naar mij toe en knielde voor mij neer alsof hij mij ten huwelijk ging vragen. Ik begon nerveus te giechelen. ‘Mag ik je truitje omhoog doen?’ ‘Hij schoof zijn hand eronder en begon over mijn rug te aaien. Het voelde prettig aan maar het kietelde ook een beetje. Mijn truitje hield ik liever aan. ‘Zullen we dan even op mijn bed gaan liggen?’ ‘Ok! antwoordde ik in de overtuiging dat ik dan weer snel naar buiten kon om te gaan spelen. Hij probeerde mijn rokje omhoog te schuiven en trok aan het elastiek van mijn broekje om het uit te krijgen. ‘Niet doen!’ riep ik geschrokken en duwde zijn hand weg. ‘Alsjeblieft, alsjeblieft! Ik heb hier zo lang op gewacht. Doe nou even mee!’ Hijgde hij terwijl hij bovenop mij wilde gaan liggen. Ik worstelde mij onder hem uit en rukte mij los. ‘Ik ga naar huis hoor, doei!’ Ik stormde de trap af richting de kamer van Loes. Ze was er niet. Verder naar beneden. In de huiskamer keek zij mij dreigend aan toen ik aan haar moeder wilde vertellen wat Rick boven met mij gedaan had. Ze duwde me de kamerdeur uit, naar de gang toe. ‘Jij zegt hier niks over, nooit! Hoor je dat? Ga nu maar snel naar huis!’

    ‘Waarom doet Rick dit soort dingen?’ vroeg ik aan Loes de week erna. ‘Omdat hij een gat in zijn hart heeft, net als mijn moeder. Hij kan elk moment doodgaan, als hij geen ander hart krijgt.’ Ik was boos over zijn gedrag en tegelijk had ik diep medelijden. ‘Alsjeblieft, alsjeblieft!’ bleef zijn stem in mijn hoofd zich herhalen. Nadat hij mij wekenlang genegeerd had pakte hij mij in de keuken opeens vast en drukte mij tegen zich aan. Ik moest bijna huilen van de verstikkende spanning tussen ons en kreeg een wee gevoel in mijn maag. Angelique, een meisje dat vaak bij Loes kwam, maar wat ouder was dan wij, kwam de keukendeur binnen en verstoorde onze prille romance. ‘Rick en ik zijn zo lekker tekeer gegaan gisteren, ik ben helemaal blauw van onderen,’ zei zij tegen mij.  Ik schaamde mij diep dat zij zoiets hardop durfde te zeggen. Er verscheen een schaapachtige glimlach om de mond van Rick. ‘Het is niet anders,’ zei hij tegen mij. Vandaag werd de eerste steen gelegd voor de muur die ik zou gaan bouwen om hem buiten de deur te houden. Hij mocht er nooit meer in, al zou hij dood voor mijn ogen neer vallen.

    Op de verjaardagen van Loes was ik niet meer welkom. ‘Je bent te jong, zeiden de klasgenoten van Loes die wel mochten komen. Er komen alleen kinderen van boven de 12. Had je maar geen verkering met Rick moeten nemen, daar ben jij toch veel te jong voor?’ Ik schreef lange en dramatische afscheidsbrieven aan Rick waarin ik vertelde dat ik binnenkort dood zou gaan, in plaats van te verhuizen naar Amsterdam. Maar verstuurde ze niet. Ik wist zeker dat er op de plaats waar ik eens had gezeten voor altijd een gat in zijn hart zou zijn.

     

    Dit delen:

    • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
    • Meer
    • Klik om te delen op X (Opent in een nieuw venster) X
    • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
    • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn
    • Klik om op Tumblr te delen (Opent in een nieuw venster) Tumblr
    • Klik om op Pinterest te delen (Opent in een nieuw venster) Pinterest
    • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
    Vind-ik-leuk Aan het laden…
  • Onze Vader

    juni 30th, 2018

    ‘Gewoon zijn’ was mijn grootste wens. De familie Veters waren normaler dan wij vond ik, dus ik besloot de kunst van hen af te kijken. Dat hun moeder gehandicapt was en in een rolstoel zat had tot gevolg dat iedereen ze vriendelijke groette op straat en er altijd wat te bespreken was. Ze hadden in ieder geval een zichtbare reden om ongelukkig te zijn en daarover raakten de mensen nooit uitgepraat. De rolstoel duwen, zoals Loes altijd deed, had ik ook heel graag gewild. Het leek mij heerlijk om de mensen te zien wijzen en ze te horen zeggen: ‘Kijk dat kind nu eens, wat erg hé? Ze is gewoon te goed voor deze wereld!’ Zo was ik ook dol op meisjesboeken waarin de hoofdpersoon ‘het zonnetje in huis’ genoemd werd. Ik hoopte dat ik ooit tot net zoveel belangeloze goedheid in staat zou zijn als Loes. Het ging echter al mis wanneer mijn opa en oma mij een heitje voor een karweitje wilde laten doen en ik wel het kwartje in ontvangst nam, maar het karweitje nooit opknapte. Ik had het vermoeden dat dat kwam omdat ik niet gedoopt was.

    Ik voelde mij een zeur, met mijn mooie gezicht, lange haar en kerngezonde slanke ledematen. Er was geen enkele verklaring voor mijn angsten of onvrede, behalve dat mijn moeder waarschijnlijk een hoer was. Ze ging immers niet naar de kerk. Stiekem wenste ik dat zij binnenkort ook gehandicapt zou raken, of beter nog ik zelf. Thuis oefende ik alvast voor de spiegel hoe ik eruit zou zien met lamme benen terwijl ik mij met krukken moest voortbewegen. Mijn moeder had er gelukkig nog een paar in de kast staan van toen zij haar been gebroken had. Kijk ik kan niet meer lopen!’ riep ik dan tegen mijn broer!’ ‘Pas maar op,’ reageerde mijn moeder als ze mij zuchtend en steunend zag voortbewegen. Ze had dan wel afstand genomen van God, maar ze was nog steeds bijgelovig: ‘Je mag met zulke dingen niet spotten, als het straks echt zo is dan piep je wel anders.’

    De familie Veters had nog meer aantrekkelijke dingen in de aanbieding: een kleurentelevisie bijvoorbeeld. ’s Avonds zaten we om het bakbeest heen geschaard. Rick, de oudere broer van Loes, wist bij iedereen die verscheen op tv de meest spitsvondige grappen te maken. Vooral Ad Visser met zijn vierhoekige XL-brillenglazen die TOPPOP presenteerde moest het ontgelden. Ook was er een telefoon waarmee mijn moeder regelmatig belde. Het bakelieten toestel hing aan de muur onderaan de trap en glansde prachtig. Vaak haalde ik de hoorn zomaar even van de haak om te luisteren naar het geruis en de pieptoon die je dan kreeg. Eens per week belde de vriend van mijn moeder uit Amsterdam. Met de familie Veters stil op de achtergrond als een oor dat over ons waakte liepen de ruzies nooit zo hoog op als thuis.

    In ons poppenhuisje met muren van bordkarton, zoals onze buren zeiden, wist je nooit wat je kon verwachten. Behalve dan dat de ochtend rook naar bier en jenever, wanneer er tot diep in de nacht gefeest was. Het huisje, waarin wij bijna gratis woonde omdat het op de nominatie stond om gesloopt te worden, bestond uit een kamer met een bedstee en een klein keukentje. Mijn broer en ik sliepen op de eerste verdieping, die als een soort vliering was ingericht met schuine wanden. We hadden ieder onze eigen ruimte aan de andere kant van een scheidingswand. ’s Avonds begonnen de discussies opnieuw afgewisseld met gelach en gedans. Etenspannen kletterden tot diep in de nacht op het fornuis (sommige mensen aten kennelijk liever ’s nachts). Glasgerinkel klonk op van de ronde tafel waaromheen de gasten zaten te kaarten of te schaken in dampende wolken rook. Muziek schalde door het huis. Van slapen kwam niet zo veel, maar zolang er lawaai was, was het goed. Als het stil viel was er iets aan de hand. Bezoek van mijn moeders vriend bijvoorbeeld. Dan sloeg de stemming om. Iets wat niet zelden eindigde met ingeslagen ruiten en politie met zwaailicht voor de deur.

    Spiegeleieren met vla

    Het ontbijt van Rick bestond uit vla over spiegeleieren; ik werd al misselijk als ik het zag, alleen al vanwege het geel van het ei dat eruitzag als het snot van iemand die ernstig verkouden was. De textuur van de slijmerige zoete vla eroverheen versterkte de gruwelijke smaak ervan. Loes at jam over pindakaas. Ook zo’n duivelse combinatie die je van een katholiek niet zou verwachten. Al was het nog niet zo erg als Marmite over pindakaas, wat mijn opa altijd deed. Maar dat was een heiden en dan lag het voor de hand om afwijkend te zijn. Ik vermeed het om samen met Loes op te lopen naar school, dan hoefde ik er ook niet voor schooltijd langs. Het einde van de middag was mijn favoriete bezoektijd, waarna ik bij het diner mocht aanschuiven. De avondmaaltijd begon met een paar minuten stilte. Ik moest op mijn lip bijten om niet in lachen uit te barsten terwijl ik mij concentreerde op het deksel van de dampende pannen en wat eronder zou kunnen zitten.

    Vader zei ons het gebed voor:

    Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
    Uw Naam worde geheiligd,
    Uw Koninkrijk kome,
    Uw wil geschiede in de hemel zoals ook op de aarde.
    Geef ons heden ons dagelijks brood…..

    (dit brood was vast het aller heerlijkste brood dat er was op aarde)

    …vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
    Leid ons niet in de verzoeking maar verlos ons van de boze.
    Want van U is het Koninkrijk

    (er daalde een rust in mij neer terwijl ik mij overgaf
    aan God-de-Vader-de-Koning)

    …en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen…

    ‘…Amen!’ zongen wij hem na in koor.

    Wat knap dat hij dat allemaal uit zijn hoofd kende! Mij lukte het niet om er ook maar een woord van de onthouden. Ik brabbelde maar wat mee op de toonhoogte van de rest. Moeders vroeg ons iets te vertellen over onze dag op school. De Vetertjes babbelden honderduit terwijl ik luisterde. Hoe kon ik uitleggen dat ik de hele middag in een zweefvliegtuigje boven de daken had gezweefd, omdat dat zoveel mooier was dan wat juffrouw Ooievaar of meester Kwel te vertellen hadden op school.

    Dit delen:

    • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
    • Meer
    • Klik om te delen op X (Opent in een nieuw venster) X
    • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
    • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn
    • Klik om op Tumblr te delen (Opent in een nieuw venster) Tumblr
    • Klik om op Pinterest te delen (Opent in een nieuw venster) Pinterest
    • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
    Vind-ik-leuk Aan het laden…
←Vorige pagina
1 … 19 20 21 22
Volgende pagina→
  • Facebook
  • Twitter
  • Instagram
  • Abonneren Geabonneerd
    • Lege handen
    • Voeg je bij 33 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • Lege handen
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
%d