Lege handen

Blog van Lucienne Kohler

  • Facebook
  • Twitter
  • Instagram
  • Inhoudsopgave:
  • Hoofdstuk I Het Dorp
    • Vlinderslag
    • Prikkeldraaddood
    • Onze Vader
    • De jongen met het gat in zijn hart
  • Hoofdstuk II De stad
    • Rattenvanger
    • Het meisje in de lila jurk
    • Alleen op de Wereld
    • Op wereldreis
  • De Stad Deel II
  • Doe-het-zelversPoëzie
    • Godenzonen
    • Deja vu
    • Knock-out
    • Etiquette
  • Jean-Paul

    september 18th, 2018

    Hoi, mag ik naast jou komen zitten?’ Ik legde mijn nieuwe schoolboeken op mijn tafeltje met mijn etui vol nieuwe schrijfspullen ernaast. Het schooljaar kon beginnen.

    ‘Ja hoor best!’ antwoordde het meisje niet erg enthousiast.

    ‘Ik ben dertien,’ zei ik.

    ‘Goh wat oud, ik ben pas twaalf,’ reageerde ze spottend.

    Niet echt een aardig meisje, vond ik, en dat terwijl ze er zo kwetsbaar uitzag met haar bleke schilferige huid en haar dunne sliertige krullen die om haar gezicht hingen in een onbestemd soort kleur dat nog het meest leek op het roodblonde stro van een hooiberg.

    ‘Ik heb mijn haar geverfd,’ zei ze toen ze mij net iets te lang naar haar kapsel zag staren.

    ‘Wat is je echte kleur dan?’

    ‘Saai bruin, net als dat van jou.’

    Ok, de volgende keer zou ik ergens anders gaan zitten, want dit was geen doen zo. Ik had mij weer eens vergist in iemand.

    ‘Ik hou van seks en blowen en mijn zus is heel knap. Die zit hier ook op school, twee klassen hoger,’ deelde ze ongevraagd mede.

    Ik bladerde inmiddels zwijgend door haar boek. Ik wist heus wel wat blowen was en van (naakte) seks had ik ook wel eens gehoord, maar het had niet echt mijn bijzondere belangstelling.

    Terwijl ik na de les de gang op liep, hoorde ik een van de leraren bulderen in het portaal:

    ‘Als ik jullie nog een keer betrap op blowen in het fietsenhok,’ dan worden jullie zeker een week geschorst. Het groepje al wat oudere kinderen dat hij aansprak rende gillend en lachend omhoog:

    ‘Ach, klootzak, hou je bek!’ riep er een. Ik schaamde mij plaatsvervangend.

    De docent keek vertwijfeld toe hoe ze met hun rugzakken aan de schouders en hun jassen (ondanks het warme zomerweer) nog aan, in de Aula verdwenen. Dat was de ruimte waar alle leerlingen van de school doorgaans de pauze doorbrachten. Ook ik ging er straks heen, maar eerst wilde ik belegde broodjes kopen bij de bakker verderop in de straat.

    ‘Een tijgerbol met roomboter en jonge kaas,’ zei ik tegen het meisje dat achter de toonbank stond en dat zo te zien nog te jong leek om haar middelbare school te hebben afgerond, ‘en een blikje chocolademelk!’ Ik at en dronk het liefst elke dag hetzelfde. Hoefde ik er ook niet zo over na te denken. Volgens de balletdocent was 1 appel, een cracker en een glas melk wel genoeg voor de lunch, het kon dus altijd minder. Ik zag het ook bij de andere balletmeisjes op deze school, die was opgericht voor jonge dansers die naast hun dagelijkse danslessen ook nog een middelbare-schooldiploma wilden halen, dat ze vel over been waren. Ik viel wat dat betreft niet uit de toon, behalve dan dat ik meer vet at en zoete dranken dronk dan de rest.

    ‘Jij hebt al heupen en borsten,’ zei de ballet-juf regelmatig misprijzend tegen mij. Het klopte want die had ik al op de lagere school. Maar omdat ik langer was dan de andere meisjes van mijn leeftijd en mager, op het schonkig af , mocht ik de balletlessen blijven volgen. ‘We moeten zien welke kant het op gaat,’ zei de juf, ‘als het uit de hand loopt dan moet je stoppen.’

    Stoppen?!! Dat was zo’n beetje het ergste dat mij zou kunnen overkomen. Dansen was mijn leven. Als ik moest stoppen kon ik net zo goed meteen dood neervallen. Dat ging niet gebeuren! Ik probeerde elke dag om geen broodjes meer te eten en geen frisdrank meer te drinken, maar dat uithongeren hield mijn heupen en borsten niet tegen om te groeien. Ook al was ik door de training mager en gespierd gebleven, de balletjuf leek elke maand minder tevreden over mijn prestaties.

    —————————-

    In de Aula werd er gedanst tijdens de pauze. Er hing een grote discobal in het midden van de zaal, de zwarte theatergordijnen waren gesloten en de gekleurde spots stonden aan. Net een discotheek! Vanuit de regiekamer boven de dansvloer werden platen gedraaid, die luid door de boxen heen klonken. De vaste DJ van de school heette Jean-Paul, had ik gehoord van het magere scharminkel uit mijn nieuwe klas. Hij was niet alleen DJ, maar bleek ook een uitstekend danser te zijn die de danseressen als een volleerde dansdocent danspassen leerde om ‘vrij’ te kunnen dansen, iets wat zij in de balletles nooit deden.

    Ik keek ademloos toe naar de manier waarop hij danste: Hij zweefde enigszins boven de grond met voeten die zich voortbewogen door snelle rondjes te maken over de vloer. Zijn bovenlichaam maakte een rechte hoek met zijn heupen en lange slanke benen en bewoog op en neer als een propeller die op wilde stijgen. ‘Fire!’ klonk het uit de boxen en ‘Play that funky white boy’.  Zijn afro-kapsel glinsterde in het discolicht alsof er glitters doorheen waren gestrooid en onder de blauwe ronddraaiende spots leek zijn huid donkerder dan bij daglicht. Mijn enige vergelijkingsmateriaal was James Brown, maar die kende ik alleen van de televisie. In werkelijkheid was deze dansstijl nog veel indrukwekkender, vooral als je je realiseerde dat Jean-Paul niet op de dansacademie zat, maar dat hij ter plekke zelf iets verzon.

    Boven in het regiehok zag ik een blonde jongen staan, die de functie  van DJ overnam terwijl hij aan het dansen was, met naast zich twee meisjes: een mooie blondine (met borsten!) van een jaar of vijftien en het roodharige scharminkel uit mijn klas, die minzaam als een jonkvrouwe vanuit de torenkamer naar mij zwaaide. Ik zag hoe Jean-Paul omhoogkeek naar het regiehok en zwaaide naar de meisjes. Er ging een onaangenaam elektrisch schokje door mijn buik, waarvan ik hoopte dat het geen jaloezie was.

    Jean-Paul wenkte mij, zoals hij steeds een ander meisje uitkoos in deze pauze aan wie hij zijn danspassen wilde leren. Ik schudde verlegen van ‘nee’. Hij probeerde het nogmaals, maar mijn ledematen voelden plotseling aan alsof zij in beton gegoten waren en ik kon mij niet meer losmaken van mijn zitplaats op het podium. Dus ik bleef ‘nee’ schudden tot Jean-Paul afhaakte en de aandacht opeiste van een ander meisje.

    Toen ‘Lovin’ You’ van Minni Ripperton door de zaal klonk begreep ik dat de pauze ten einde was, want dit was geen opzwepend dansnummer meer, maar duidelijk bedoeld om romantisch bij weg te zwijmelen. Sommige van de jonge stelletjes pakten elkaar vast om te schuifelen.

    Jean-Paul zocht oogcontact met de blondine in het regiehok, maar die stak haar middelvinger spottend naar hem op. Het scharminkel wilde wel en daalde af om te belanden in zijn soepele omarming. Terwijl hij haar heupen beroerde met zijn heupen verschenen er rode blossen op haar bleke wangen en begonnen haar ogen te glanzen, wat haar bijna knap maakte om te zien. De draaiende bewegingen die zij samen maakten had je obsceen kunnen noemen ware het niet dat zij zo perfect samenvielen met het slepende ritme van de muziek dat ze moest denken aan de schoonheid van oerwoudbloemen, wiens kleurenpracht niet bedoeld was om aan te trekken, maar juist om af te schrikken, omdat ze zo giftig zijn.

    Misschien kwam het door de loepzuivere flageolette-noten van Ripperton dat er iets werd geraakt in mijn ziel dat ik nog niet kende, of door de kunstmatig gecreëerde nacht waarbij ik mij ongezien waande, maar ik merkte opeens dat er tranen prikten achter mijn oogleden. Zodra het zwarte gordijn werd opengetrokken waarachter het daglicht zich verborg slikte ik het weeïge gevoel meteen weg. Ik zou toch niet gaan huilen om een  een jongen die ik niet eens kende?! Ik trok mijn mondhoeken omhoog en rechtte mijn rug om mij samen met de anderen voetje voor voetje naar buiten te begeven: mijn ogen knipperden verblind tegen de zon die voor de tweede maal ontwaakte die eerste schooldag op mijn nieuwe school.

    Dit delen:

    • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
    • Meer
    • Klik om te delen op X (Opent in een nieuw venster) X
    • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
    • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn
    • Klik om op Tumblr te delen (Opent in een nieuw venster) Tumblr
    • Klik om op Pinterest te delen (Opent in een nieuw venster) Pinterest
    • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
    Vind-ik-leuk Aan het laden…
  • Liefdesbrief van Chocolade

    september 1st, 2018

    Een dag voor Sinterklaas, kwam Roman met grote brokken witte chocolade aanzetten die hij zelf gemaakt had. Hij zat namelijk op de bakkersschool. De leukste school die er bestond, vond ik.

    ‘Mogen jullie daar echt elke dag taarten bakken en slagroom spuiten?’

    ‘Ja en borstplaat maken, – en marsepein, – en chocolade!’

    ‘Mam, ik wil ook naar de bakkersschool!’

    ‘Nee lieverd, dat zal niet gaan!’

    Moeder was wel ontroerd door de onhandig gefabriceerde brokken witte chocolade die Roman zo plechtig kwam overhandigen voor haar dochters verjaardag, maar dat ik naar de bakkersschool zou mogen was uitgesloten.

    ‘Jij gaat naar het Atheneum!’

    Ik wilde heel graag iets leren, maar mijn hoofd was nu eenmaal gatenkaas: geen enkele som of grammaticaregel bleef erin hangen. Als de meester op school de steden aanwees op de kaart van Nederland duizelde het mij al, laat staan als hij de rest van de wereld erbij betrok. Als ik een zin las was het alsof de letters omgekeerd stonden. Ik las er altijd iets anders in dan er stond.

    Sinds ik in de stad woonde struinde ik steeds vaker door de bibliotheek van mijn stiefvader. Er stonden wandenvol Russische boeken. Naast Tolstoi en Toergeniev ontdekte ik er de surrealistische verhalen van Belcampo, de kleurige wereld van Jan Wolkers en de pornografische verhalen van Jan Cremer, waar ik maar de helft van begreep. Vanaf de kaft keek hij mij met zijn priemende helblauwe ogen aan en ik vroeg mij af wat al die vrouwen toch in hem zagen.

    ‘De koffieboon tussen de benen van een donkere prostituee waar hij onder de tafel een blik op kon werpen’ zal iets met het genot van ‘koffiegeur’ te maken hebben, vermoedde ik. Bij oma mocht ik altijd de koffiebonen malen en dat rook inderdaad heerlijk.

    Bij ‘De Geverfde Vogel’ van Jerzy Kosinski haakte ik af; ‘Gatver…!’ riep ik uit terwijl ik het boek met een grote slinger door mijn kamer weggooide. Dat zou mijn stiefvader Lex niet leuk vinden! Ik wist niet eens of ik wel mocht lezen uit zijn bibliotheek, ik had het nog nooit gevraagd aan hem.

    Wanneer haar moeder Jan Cremer op mijn bed zag liggen fronste ze haar wenkbrauwen, maar ze zei er niets van, ze was al blij dat ik graag las, vooral als ze daarnaast ‘Huwelijksgeluk’ van Tolstoi zag liggen. Gelukkig was Lex zelden thuis zodat ik de geleende boeken altijd ongezien weer terug kon zetten in zijn kast.

    Er leek een groot gat te gapen tussen mijn kamertje op de derde verdieping en het souterrain beneden waar iedereen zich rond etenstijd verzamelde.

    Meestal was er niemand thuis behalve de werkster wanneer ik de buitendeur openduwde die altijd op een kier stond. Als de stofzuiger aanging sloop ik naar boven, zodat de vrouw het niet merkte, want ze zou het vast aan mijn ouders vertellen.

    Dan lag ik met wat strips onder mijn bed weg te dromen tot ik in de verte de schoolbel hoorde gaan. ‘Huiswerk maken’ was het toverwoord waarmee ik alles dacht te kunnen verklaren als ik op de gang iemand tegen zou komen van het gezin.

    ‘Wat doe jij hier? Moest jij niet op school zijn op dit tijdstip?’

    ‘Nee, we hadden wat eerder vrij, maar ik heb mijn schooltas alvast naar mijn kamer gebracht om ‘huiswerk te maken,’ zou ik dan zeggen en het gezinslid in kwestie zou vast tevreden opkijken en niet verder doorvragen. In werkelijkheid had ik nog nooit buiten schooltijd ook maar één schoolboek ingekeken.

    ‘Jij hoort niet thuis op de bakkersschool, Lucienne!’ besloot moeder.

    ‘En de huishoudschool dan, mag ik daar wel naartoe?’ Koken, strijken, kleren maken! Dat leek mij geweldig. Dan kon je tenminste ‘wat’ als je van de middelbare school kwam. Bovendien hielden de meiden van de huishoudschool van dezelfde muziek als ik namelijk van ‘Soul’. Daar hoefde je bij de gymnasiasten niet mee aan te komen, dat vonden ze ‘domme’ muziek. Die hielden van Rock & Roll en intelligente luisterliedjes. Terwijl ik liever danste op muziek.

    Moeder zuchtte: ‘De huishoudschool? Daar ben jij toch veel te slim voor?’

    ‘Maar dat blijkt toch nergens uit, mam?’

    ‘Nee, dat blijkt nergens uit, maar een ding is zeker en dat is dat jij gewoon je huiswerk vaker moet maken!’

    Het was voor mijzelf duidelijk dat ik dom genoeg was voor de huishoudschool, maar ik kon niemand ervan overtuigen. Misschien kwam er toch nog een oplossing voordat ik naar de middelbare school ging? Als ik in godsnaam maar niet naar het gymnasium van Marjolein hoefde!

    De witte chocoladehompen deden mij denken aan Roman in hun onbehouwen en ruwe stijl, maar ze waren zo heerlijk zoet en zo groot dat ik er gemakkelijk een half jaar mee kon doen. De klasgenoten van Marjolein waren met taaitaaipoppen aan komen zetten, die er prachtig uitzagen, maar kurkdroog bleken te zijn van binnen en ik brak mijn tanden stuk op de zilverkleurige kraalsnoepjes waarmee ze beplakt waren.

    Alsof het een eetbare liefdesbrief betrof legde ik het cadeau van Roman naast mijn bed neer en schraapte er telkens een stukje vanaf met mijn tanden om met de smaak van zijn liefde in mijn mond in slaap te vallen. Het liefst had ik de hompen in een vitrine uit willen stallen van een museum en dan met trots gezegd: ‘Kijk eens wat Roman gemaakt heeft, speciaal voor mij! Want hij zit op de bakkersschool!!’

    Een week later hoorde ik op straat een mannenstem schreeuwen. Ik rende naar het raam om te zien of Lex misschien ’s middags al dronken thuis was gekomen. Aan de overkant van de straat zag ik een onbekende man staan die naar boven riep:

    ‘Vuile hoer, kom tevoorschijn!’

    Ik zag hoe Roman het raam openschoof en riep:

    ’Flikker op klootzak! Laat mijn moeder met rust!’

    ‘Teringlijer! Bemoei je met je eigen zaken!’ gilde de man terug.

    ‘Bloedhond, je komt nooit meer vrij als ik nu de politie bel!’ Roman deed het raam met een klap weer dicht.

    De man stak zijn vuist dreigend omhoog tegen zijn zoon als was het zijn grootste vijand. Pas toen er een politieauto de hoek om scheurde deed hij alsof hij een toevallige voorbijganger was en liep door. Maar de agenten lieten zich niet om de tuin leiden en sloegen hem in de boeien, waarna hij in de politieauto moest plaatsnemen.

    ————————–

    Ik realiseerde mij dat ik Romans klakroep al dagenlang niet meer gehoord had en dat ik hem zelf ook niet meer had gezien sinds het incident. Bij het rondvragen wist mijn beste vriendin Marjolein mij te vertellen dat Roman en zijn moeder midden in de nacht met een verhuisbusje vertrokken waren. Naar een onbekend adres.

    ‘Ach joh, hij deugde toch niet,’ zei ze er als troost achteraan.

    Ik had haar hierom graag willen slaan, maar zei niets.

    Want ik was ervan overtuigd dat Roman mij nog vele brieven zou schrijven, vanaf zijn geheime adres, van witte chocolade.

    Dit delen:

    • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
    • Meer
    • Klik om te delen op X (Opent in een nieuw venster) X
    • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
    • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn
    • Klik om op Tumblr te delen (Opent in een nieuw venster) Tumblr
    • Klik om op Pinterest te delen (Opent in een nieuw venster) Pinterest
    • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
    Vind-ik-leuk Aan het laden…
  • Naakte Seks

    augustus 25th, 2018

    ‘Hebben jij en Marjolein verkering?’

    Roman zat op de trap van zijn portiek en schoof nerveus heen en weer. Zweetdruppeltjes parelden langs zijn gezicht.

    ‘wie zegt dat?’

    ‘Ik heb dat gezien in mijn glazen bol, omdat Marjolein en ik namelijk een gedachtenclub hebben.’

    ‘Een glazen bol? Goh, en wat houdt dat precies in zo’n gedachtenclub?’

    ‘Het houdt in dat je ten alle tijden elkaars gedachten kunt raden of je nu bij elkaar bent of niet.’

    ‘Heet zoiets niet gewoon telepathie?’

    Van Marjolein had ik geleerd om snel te reageren als iemand een woord gebruikte dat ik niet kende. ‘Dat heet inderdaad telepathie,’ antwoordde ik haastig. Het verbaasde mij dat hij zulke moeilijke woorden kende, had hij waarschijnlijk van Marjolein geleerd! Zij zat al op het gymnasium en had bovendien twee klassen overgeslagen.

    ‘Ik hoef niets te doen voor een proefwerk,’ zei ze altijd. ‘Als ik op mijn hoofd bovenop mijn boeken ga staan ken ik de volgende dag alle antwoorden uit mijn hoofd.’ Dit was een zin uit ‘Pipi Langkous’, wist ik, maar dat mocht de pret niet drukken.

    ‘Dus jij kunt de inhoud van een boek raden zonder het gelezen te hebben?’ vroeg ik.

    ‘Ja, zeker kan ik dat, hoe zou ik anders aan die goede cijfers komen als ik nooit mijn huiswerk maak?’ De tranen rolden ons over de wangen van het lachen als zij zulke dingen zei.

    ‘Dus dan zou jij nu ook moeten weten waar ik aan denk,’ zei Roman met een kwaadaardige twinkeling in zijn ogen. Het bloed steeg mij naar de wangen, dit gesprek nam een wending die ik niet voorzien had.

    ‘Dus…, waar denk ik nu aan?’

    ‘Geen idee!’ antwoordde ik. Toen ik mijn gezicht van hem afdraaide om mij te onttrekken aan zijn blik zag ik hoe mijn moeder aan de overkant uit het raam hing en wees op haar horloge dat het bijna etenstijd was.

    ‘Ik denk aan de blote billen van Marjolein en hoe nat zij wordt als zij bovenop mij zit,’ ging Roman pesterig verder.

    Ik schrok: ‘Had zij in haar broek geplast dan?’

    Hij lachte schamper. ‘Marjolein piest de hele boel onder als zij bij mij op bezoek is, ja!’

    Iets in de manier waarop hij tot mij sprak maakte mij bang. Ik besefte dat hij met zijn veertien jaar veel te oud was voor mij. Marjolein was al twaalf. Zij hoefde niet bang te zijn voor hem en kon gewoon met hem tongzoenen, zelfs al zou het voor de grap zijn.

    ‘Marjolein kan lekker kussen hoor!’ besloot hij tevreden over zijn aanpak om Lorraine voor zich te winnen. Ze voelde een steek van jaloezie in haar hart.

    ‘Ben jij soms jaloers, Lucienne?’ vroeg hij. Mijn wangen gloeiden nu van machteloze woede. Ik vond het geen prettig idee dat Roman onbewust ook bij de gedachtenclub zou horen en dat hij zomaar mijn gedachten zou kunnen lezen.

    Opeens nam hij mijn hoofd stevig in zijn handen en zoende mij vol op haar mond. Ik keek in paniek omhoog naar de ramen van mijn huis of mijn moeder het niet gezien had. Maar die was al naar beneden om de tafel aan het dekken. Vanuit mijn ooghoek zag ik nog net hoe Marjolein de hoek om kwam scheuren op haar fiets en ze duwde Roman ruw van zich af.

    ‘Wat ben jij preuts zég!’ riep hij verbolgen uit als iemand die in zijn eer is aangetast. ‘Neem een voorbeeld aan Irma!’

    ‘Hoezo?’

    ‘Met Irma ben ik al naar bed geweest!’

    Ik wist dat zijn vroegere buurmeisje Irma zijn trots was, dus durfde nu niets te zeggen. Het begrip ‘Naar bed gaan’ behoorde bij mij bovendien tot de kinderlogeerpartijtjes zoals ik die met Marjolein had. Maar ik was zo boos dat ik in zijn oor gilde: ‘Nou én?!’

    Romans ogen spuugden vuur: ‘Nou én…?‘

    ‘Ja, wat maakt het uit dat zij bij jou mag komen logeren?’

    ‘Logeren? Nee dombo, we hebben seks gehad met elkaar! NAAKTE SEKS!’

    Marjolein kwam met gierende banden tot stilstand voor de trap en leunde geamuseerd voorover op haar fietsstuur om de conversatie te volgen.

    ‘Naakte seks,’ is iets heel belangrijks voor jou hé?’ zei ze spottend tegen Roman.

    Ik was blij dat ze mijn kant koos, zodat we samen ten strijde konden trekken tegen Roman en maakte meteen van de gelegenheid gebruik om gehoor te geven aan mijn moeders roep om te komen eten.

    ‘Nou doei, jongens,’ zei ik, ’mijn moeder roept me’.

    ‘Mag ik bij jou komen eten?’ vroeg Marjolein.

    ‘Even aan mama vragen!’

    Marjolein parkeerde haar fiets tegen een lantaarnpaal en liep met mij mee naar mijn huis.

    ‘Ja, loop maar snel weg,’ riep Roman ons achterna: ‘Preutse prinsessen op de erwt!’ We schoten samen in de lach om deze wanhopige uitval en hoopten maar dat hij het lichte schokken van onze schouders niet gezien had.

    Dit delen:

    • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
    • Meer
    • Klik om te delen op X (Opent in een nieuw venster) X
    • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
    • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn
    • Klik om op Tumblr te delen (Opent in een nieuw venster) Tumblr
    • Klik om op Pinterest te delen (Opent in een nieuw venster) Pinterest
    • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
    Vind-ik-leuk Aan het laden…
  • ‘Doe-het-zelvers’ beland met fout in de Top 100 van de poeziewedstrijd

    maart 26th, 2020

    Vanwege mijn dyslexie zie ik wel eens iets over het hoofd in een tekst. Ik vind het bijzonder dat mijn gedicht ‘Doe-het-zelvers’ toch tot de Top 100 van de PrijsdePoeziewedstrijd is doorgedrongen, ondanks een evidente plak- en knip-fout, iets waar ik pas achter kwam door het jury-commentaar. Dit was de tweede Top 100 voor mij, de vorige keer was in 2017. Jammer dat er dit jaar zo weining aandacht is besteed aan de winnaars en deelnemers. Maar dat zal wel door Corona komen. Al heb ik de indruk dat aan de Grote Poezie Prijs wel aandacht wordt besteed door de organisatie. Hier is de link naar de winnaars en de Top 100. De correcte versie van het gedicht staat hieronder.

    Doe-het-zelvers

    De wereld is alleen mooi
    als je de auto’s weggumt
    uit de straten. Hoe vaak
    zie je dat niet op een foto:
    Palmbomen, witte stranden,
    azuurblauwe zee, allemaal geretoucheerd

    ‘Er bestaan geen vredesduiven meer,’ zeg jij,
    ‘terwijl we meer dan ooit vrede nodig hebben op aarde.’

    Ik heb een mooi beest gevonden
    op het internet: helemaal wit,
    een olijftakje in zijn bek,
    maar er staat een watermerk in,
    hoe spoelen we dat eruit?

    Vroeger was er leven
    na de dood als je Jezus heette
    of van Gogh

    Nu popt iedereen op
    uit de eeuwigheid
    als een vogelverschrikker

    Dit delen:

    • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
    • Meer
    • Klik om te delen op X (Opent in een nieuw venster) X
    • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
    • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn
    • Klik om op Tumblr te delen (Opent in een nieuw venster) Tumblr
    • Klik om op Pinterest te delen (Opent in een nieuw venster) Pinterest
    • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
    Vind-ik-leuk Aan het laden…
  • Arie/ Column

    januari 29th, 2020

    Arie/ Column op het Overblijfmagazine 

    Dit delen:

    • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
    • Meer
    • Klik om te delen op X (Opent in een nieuw venster) X
    • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
    • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn
    • Klik om op Tumblr te delen (Opent in een nieuw venster) Tumblr
    • Klik om op Pinterest te delen (Opent in een nieuw venster) Pinterest
    • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
    Vind-ik-leuk Aan het laden…
1 2 3 … 22
Volgende pagina→
  • Facebook
  • Twitter
  • Instagram
  • Abonneren Geabonneerd
    • Lege handen
    • Voeg je bij 33 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • Lege handen
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
%d